In 1609
ging Engelsman Henry Hudson, in opdracht van de
Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), op
zoek naar een kortere route naar Azië. Met het schip ‘de
Halve Maen’, geschikt voor een crew van zo’n twintig
mensen, vertrok hij in april vanuit Amsterdam. Via de
baai van Delaware en de kust van New Jersey geraakte hij
op de rivier die nu zijn naam draagt, en stuitte daar,
onbedoeld, in september op het eiland ‘Manna Hatta’.
Op dit
eiland werd vervolgens een Nederlandse handelspost
gesticht: ‘Nieuw Amsterdam’. Vanuit deze handelspost
werden dierhuiden, met name beverhuiden, geëxporteerd
naar het moederland. Deze posten gingen steeds meer
lijken op permanente nederzettingen, en leidden
uiteindelijk tot de stichting van de kolonie ‘Nieuw
Nederland’ in 1624. Het domein van Nieuw Nederland
reikte van wat we nu kennen als Albany en New York in
het noorden, Delaware in het zuiden, tot Connecticut in
het oosten: een enorm groot gebied dat, in de huidige
situatie, wel vijf Amerikaanse Staten omvat.
In
sterke tegenstelling tot de Puriteinen die zich
vestigden in New England en Virginia, was de samenleving
die zich vormde in Nieuw Nederland multi-etnisch:
diegenen die zich daar vestigden waren handelaars en
avonturiers van diverse geografische en religieuze
achtergronden. Het werd een kolonie waarin Duitsers,
Engelsen, Zweden, Nederlanders en andere nationaliteiten
op gelijke voet handeldreven, naar de kerk gingen en
vreedzaam samenleefden.
Vele
locaties in New York herinneren aan de Nederlandse
aanwezigheid vanaf 1609. Denk bijvoorbeeld aan Wall
Street (vermoedelijk vernoemd naar de muur die in
opdracht van de Nederlanders gebouwd werd en bedoeld was
als bescherming tegen de indianen), Staten Island
(genoemd naar de Nederlandse Statenbond, de Staten
Generaal) of Brooklyn (Breukelen).
Dit
zijn enkele zichtbare voorbeelden van Nederlands erfgoed
in de Verenigde Staten. Er zijn echter ook minder
zichtbare invloeden, die rechtstreeks zijn terug te
leiden tot de Nederlandse tijd van 1609 tot 1664, het
jaar dat de Britten de macht overnamen. Zo zijn
bijvoorbeeld de economische structuur en de
basiskenmerken van vrijhandel en kapitalisme gebaseerd
op de Nederlandse handelsstructuur uit de 17e
eeuw, die inhield dat een zakelijke cultuur werd
gecombineerd met een open samenleving.
Naast
kapitalisme en vrijhandel is er nog een ander typisch
Nederlands element, namelijk tolerantie, van belang
geweest voor de ontwikkeling van de Verenigde Staten, en
New York in het bijzonder. In Nieuw Amsterdam woonden
verschillende nationaliteiten op voet van gelijkheid
vreedzaam samen. Hiermee werd de basis gelegd voor de
vrijheid van godsdienst en de scheiding der machten.